Een Cruijffiaanse blik op pensioenkosten

Één van de grootste beloftes van Algemeen Pensioenfondsen (APF-en) is die van kostenbesparingen. Als een pensioenfonds instapt in een APF dan zijn het pensioenfonds en zijn deelnemers beter af omdat er op kosten wordt bespaard. En daardoor blijft er meer over voor de hoofdopdracht van het pensioenfonds. Namelijk het uitkeren van pensioenen. Eigenlijk wordt er door de APF-en gesteld dat consolidatie leidt tot schaalvoordelen. Recent las ik zelfs in de krant: “Hoe groter de APF, hoe lager de kosten”. Dan zou je toch denken dat één nationale APF dan uiteindelijk toch de goedkoopste oplossing is voor iedereen?

16 February 2017
Rob Spil

Kijken bij de buren
Dat laatste bedoelen de APF-en natuurlijk niet. Dat er schaalvoordelen te behalen zijn op kosten zoals administratie, datamanagement en DNB rapportages, dat ligt wel voor de hand. Maar daardoor ben ik wel nieuwsgierig geworden naar wat we meer weten over het verband tussen consolidatie en schaalvoordelen. Wel, er bestaat een sector die veel overeenkomsten heeft met pensioensector. Een sector die ook een onafhankelijke toezichthouder kent, die toetst op de integriteit van bestuurders, en die de financiële positie beoordeelt aan de hand van beschikbare liquiditeit en solvabiliteit. Doet dat een bel rinkelen? Ten slotte is het ook nog eens een sector waar de consolidatie (van 474 instellingen in 2006 naar 363 in 2014) hoog is net zoals bij pensioenfondsen (van 767 in 2006 naar 365 in 2014). De pensioensector zou kortom weleens kunnen leren van de woningcorporatie sector die onder toezicht staat van de Autoriteit Woningcorporaties.

Consolidatie en kosten
In 2010 bestond ruim 40 procent van de corporatiesector uit woningbouwverenigingen die tussen 1997 en 2010 betrokken zijn geweest bij fusies. Onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving zagen er brood in om te analyseren of deze fusies inderdaad geleid hebben tot schaalvoordelen. Hun opvallende conclusie was dat gefuseerde corporaties zelfs gemiddeld hogere (!) bedrijfslasten hebben dan niet gefuseerde corporaties. Een pensioenfondsbestuurder zou dus eigenlijk moeten fronsen als alleen kostenbesparing wordt aangehaald als motivatie voor consolidatie.

Cultuur en kosten
Interessant onderzoeksresultaat is dat deze hogere bedrijfslasten niet worden veroorzaakt door de fusie zelf, maar door kenmerken die de fusiepartners al voor de fusie hadden zoals de bedrijfscultuur. Een pensioenfondsbestuurder én het APF moeten zich dus allebei afvragen hoe kostenbewust de beoogde fusiepartner eigenlijk wel is en hoe diep efficiency is doordrongen in de bedrijfscultuur van de ander. Bestaat er eigenlijk wel een ‘cultural fit’ tussen de twee partners? Dat is met deze kennis in het achterhoofd misschien nog wel belangrijker als je op enig moment moet constateren dat de gezochte kostenbesparing niet wordt gehaald. Dan kun je een culturele match wel gebruiken tijdens de discussies hierover.

Een Cruijffiaanse blik op pensioenkosten
Deze focus op kostenbesparingen doet geen recht natuurlijk aan de eventuele mogelijkheden tot kwaliteitsverbetering in de dienstverlening. Het onderzoek van hierboven heeft dat aspect ook niet meegenomen in de analyse. De beloftes van een verbeterde deelnemer communicatie of een verhoogde professionaliteit in vermogensbeheer moeten belangrijke factoren zijn voor de beslissing tot consolidatie, eerder dan de mechanische blik op kostenbesparingen. “Elk schaalvoordeel heb z’n schaalnadeel”, zou een bekend voetbalicoon hierover gezegd kunnen hebben.

Schrijf een reactie

U plaatst uw reactie door direct in te loggen met LinkedIn of met een van de andere socialmedia omgevingen.

Log in met om een comment te plaatsen